Wat houdt het certificaat in?
Het EP-adviseur Certificaat is bedoeld voor professionals die gebouwen beoordelen op hun energieprestatie en daarover advies geven. De certificering richt zich op kennis van gebouwschil, installaties, energieprestatieberekeningen en maatregelen om energiegebruik te verminderen. In de praktijk omvat het werk van een EPA-adviseur onder meer het uitvoeren van inspecties, het verzamelen van gegevens (gevels, isolatiewaarden, installaties), het berekenen van een energielabel of energie-index en het opstellen van een adviesrapport met voorgestelde verbetermaatregelen en een inschatting van kosten en opbrengsten.
Varianten en scope
Er bestaan vaak onderscheidingen naar type gebouw: een EPA-woonvariant (EPA-W) voor woningen en een EPA-utiliteitsvariant (EPA-U) voor utiliteitsbouw (kantoren, scholen, winkels). Daarnaast kan het certificaat verschillen in diepgang: enkel voor het opstellen van indicatieve labels of uitgebreider voor gedetailleerde energieprestatieberekeningen (bijvoorbeeld voor renovatieadviezen of EPC/BENG-berekeningen).
Voor welke beroepen is het verplicht of aanbevolen?
Het EPA-certificaat is in de praktijk verplicht wanneer een professional officiële energielabels of gecertificeerde energieprestatieberekeningen moet kunnen afgeven in het kader van wet- en regelgeving of marktcontracten. Dat geldt onder andere voor:
- energieadviseurs en -consultants die energielabels voor verkoop of verhuur moeten registreren;
- bouwkundig adviseurs en inspecteurs die energieprestatieanalyses uitvoeren;
- installatieadviseurs die verwarmings‑, ventilatie‑ en koelsystemen beoordelen in relatie tot de energieprestatie;
- adviseurs die subsidieaanvragen of renovatieplannen onderbouwen met berekeningen.
Voor sommige functies is het certificaat niet wettelijk verplicht maar wel sterk aanbevolen door opdrachtgevers, overheden of marktpartijen. Voor toezicht op energiebesparingssubsidies en voor deelname aan bepaalde aanbestedingen kan bewijs van certificering een eis zijn.
Hoe behaal je het (opleiding, examen)?
Toelatingseisen en opleiding
Toelatingseisen verschillen per opleider en certificerende instelling, maar de algemene verwachting is een relevante vooropleiding (mbo of hbo, vaak bouwkunde, installatietechniek of vergelijkbaar) en soms enkele jaren relevante werkervaring. Opleidingen variëren van korte intensieve cursussen (enkele dagen plus zelfstudie) tot meerdaagse trajecten met praktische opdrachten. Inhoudelijke onderwerpen zijn onder meer warmteverliesberekeningen, ventilatie, isolatiematerialen, installatie-evaluatie, regelgeving en het werken met relevante reken- en registratiesoftware.
Examen en certificering
Het examen bestaat meestal uit een theoretisch deel en een praktisch casusdeel. Het theoretische deel toetst kennis van normen, rekenmethodes en regelgeving; de praktische toets vraagt om een energieanalyse inclusief berekeningen en adviesrapportage. Examen wordt afgenomen door een certificerende instelling of door een exameninstantie die door die instelling is geaccrediteerd. Na succesvolle afronding verleent de certificerende instelling het EPA-certificaat en, indien van toepassing, toegang tot de registratie/het register voor energieadviseurs.
Geldigheid en hernieuwing
De geldigheidsduur van een EPA-certificaat hangt af van de certificerende instelling; veel certificaten hebben een geldigheid van drie tot vijf jaar. Verlenging kan plaatsvinden door:
- het opnieuw afleggen van een examen, of
- het aantonen van voldoende permanente educatie (PE/CPD‑punten) en praktijkactiviteiten volgens de eisen van de certificerende instelling.
Bovendien verlangen registratiesystemen voor energielabels vaak dat adviseurs ingeschreven staan in een actueel register en beschikken over een geldige beroepsaansprakelijkheidsverzekering en vakbekwaamheidssysteem. Audits en steekproeven door de certificeringsinstantie komen voor als onderdeel van het toezicht.
Kosten
Kosten voor het behalen van het EPA-certificaat bestaan uit meerdere onderdelen: cursus- of opleidingstarief, examenkosten, inschrijvingskosten voor het register, jaarlijkse certificerings- of beheerkosten en eventuele kosten voor hercertificering of bij- en nascholing. Indicatief liggen de totale kosten van een basistraject (opleiding + examen + registratie) vaak tussen €500 en €1.500. Voor uitgebreidere trajecten, praktijkbegeleiding of specialisaties kunnen de kosten hoger uitvallen. Jaarlijkse kosten voor herregistratie, audits en verzekeringen moeten ook worden meegerekend.
Erkende opleiders
Erkende opleiders zijn doorgaans roc’s, hogescholen en gespecialiseerde trainingsinstituten die hun cursussen aanbieden onder accreditatie van een certificerende instelling. Belangrijk is niet alleen de naam van de opleider maar of de opleiding officieel erkend is door een certificerende instantie of aansluit bij de eisen van het nationale registratiesysteem voor energieadviseurs.
Hoe een erkende opleider herkennen
- controleer of de opleider samenwerkt met een geaccrediteerde certificerende instelling (bijvoorbeeld organisaties die certificering in de bouw- en technieksector uitvoeren);
- vraag naar verwijzingen naar het relevante register of erkenning door de opdrachtgever (bijvoorbeeld RVO-gerelateerde eisen);
- controleer inhoud en praktijkcomponent van de opleiding: werken met rekenprogramma’s en casuïstiek is essentieel;
- zoek naar ervaringen en beoordelingen van deelnemers en naar of de opleider nazorg en bijscholing aanbiedt.
Voor specifieke namen en actuele erkende opleidingen is het verstandig de website van de rijksoverheid (bijvoorbeeld RVO) en de registers van certificerende instellingen te raadplegen. Certificerende instellingen zoals landelijke CA’s en grote certificatiebedrijven beheren lijsten van geaccrediteerde opleiders en examenbureaus.
Beroepen met dit certificaat
Gerelateerde certificaten
Bronnen
- 1.
- 2.